BOE BOE van scribent revers locker( boekenopener.punt.nl)
Het behoudende literair gezag van verkruimelend papier heeft geen boodschap aan transparantie. Je stuurt op verzoek een bijdrage aan het zichzelf respecterende tijdschrift R. en krijgt na maanden een mailtje met de onverklaarde mededeling dat de redactie heeft besloten de inzending niet te plaatsen. Het is de vraag of de daaraan gerelateerde trits uitgeverij Querido, Recensieweb en Daan Stoffelsen daaraan mede debet is. In ieder geval vindt het betreffende verhaal voor wat het waard is hier wel een plaats. Jammer dan voor de openbare leeszaal.
Uit revers locker’s manuscript ‘Over die schreef’, zie http://boekenopener.punt.nl :
‘...Bij de eerstvolgende gelegenheid liet hij dat ’s avonds bij Dirk thuis aan hem lezen toen Rita doodvermoeid in slaap was gevallen. Zonder nadere uitleg legde Jasper een plastic map met losse blaadjes op tafel en zei met gespeelde nonchalance: ‘Zie het maar in wanneer het je uitkomt. Ik hoor het wel.’ Dirk nipte aan zijn jonge klare. En begon direct daarna te lezen.
Wantok
Vier weken met een gecombineerd identificatie-team op zoek naar nieuwe mogelijkheden voor ondersteuning van particuliere hulporganisaties, actief in Irian Jaya. Opties uitwerken tegen uitbuiting en roofbouw, maar tegelijkertijd niet al te lelijk doen over Soeharto, anders lig je er zo uit. De relatie met Indonesië blijft delicaat genoeg. De wijze adviezen van de oude Van Baal voorkwamen dat de evaluatie al in het prille begin strandde.
Een ‘mission impossible’, opgezadeld met hinderlijke pottenkijkers die noodzaakten van polisi-stempel naar polisi-stempel te trekken. Uit veiligheidsoverwegingen (‘wij waken over uw welzijn en tegen de criminele onberekenbaarheid in het binnenland van de provincie’ – het leek meer op een zó van de KGB overgenomen controle-devies) werd de missie geweerd uit de meest-belovende gebieden. Maar daar kwamen de onderzoekers toch wel. Want tenslotte is het plaatselijke gezag het interinsulaire niet. Steekpenningen en stoere praat helpen altijd.
Het was slim bedacht van de missie om tijdens een tussenlanding op de heenweg in Sorong vriendschappelijk op de groepsfoto te gaan met een eenheid Madoerese commando’s: armen om elkander’s schouders in opperbeste verbroedering. Hartelijk afscheid genomen en separaat doorgevlogen. De militairen in een legerheli; de missie tussen rollende, stinkende olievaten op chartervlucht. Een maand later troffen de twee gezelschappen elkaar weer bij Wamena, waar de patrouille op executie was heengestuurd. Het werd geen blij weerzien.
In het veld werd nòg schande gesproken over de infame wijze waarop de voormalige urgentieverslaggever H. een tijdje daarvoor in de Baliemvallei een groepje militant ogende papoea`s in beeld had gebracht. Grove misleiding van de goedgelovige krijgers en het onwetende Nederlandse televisiepubliek. Een zich beledigd wetende Indonesische overheid veroorzaakte vervolgens met repressailles een vloed van ellende onder de bevolking. De Javaanse vazallen verhoogden pisserig de repressie nadat ook zij een videoband van de uitzending hadden gezien, waarin de naakte vechtersbaasjes van Wamena voor de camera hun stoere krompraat hadden afgerond met een ongelijk gescandeerd “Leve de Willemien!”. Hun opgedofte krijgstooi was aangevuld met onbruikbare pijlen en bogen uit de schuur; de peniskoker slordig bevestigd. Wat was de bedoeling van het toneelstukje geweest? De gewaande kosmopoliet H. wist dat wel te gissen dankzij zijn onverbeterlijke wereldoriëntatie: gerechtvaardigd verzet tegen de agressor. Maar het hele proces van ontwikkeling, de hulpkolonie, en in de eerste plaats de Papoea-bevolking zelf, werden intussen door de misplaatste berichtgeving weer jaren teruggezet.
De missie smaakte beginnersgeluk. Tegen de verwachtingen in bleken lokaal opererende ‘evangelicals’ niet per definitie desastreus te werk te gaan. Dat gold in ieder geval voor het Zeister Zendingsgenootschap dat de blijde boodschap in Passvalley, hartje Irian Jaya, vergezeld liet gaan van de exploitatie van een konijnenfokkerij annex varkensmesterij. De missie liet zich snel overtuigen van het succes van de projectaanpak en adviseerde positief over een ontwikkelingsbijdrage voor uitbreiding.
De komst van de missie naar het dal was allang verbeid. Razendsnel had zich het gerucht verspreid dat een hoge blanke met witwapperende haren uit de lucht zou komen vallen. Hij zou beloven dat de bevrijding nabij was. Volgens de inzichten van de ‘cargo-cult’ zou er ook goud worden bezorgd. Dat laatste viel tegen. Maar de sensatie van het ogenblik van de ontmoeting oog in oog met die vreemde mannen was ook al mooi. ‘Een kinderhand is hier gauw gevuld hoor’ plaagde de lokale zendeling ondeugend. Na een eerste rondgang en de nodige beleefdheidsceremonieën werd ’s middags onder grote belangstelling een potje gevoetbald met een ongeöefende ploeg jonge papoea’s, die zich door de hun opgelegde eenheidstaal ‘wantok’ verbonden wisten. Vijf blanken tegen zeven kroeskoppen. De scheidsrechter miste een fluitje en raakte de tel van de score kwijt. In het heetst van de strijd verloor één van de spelers tot grote publieke hilariteit zijn peniskoker. Hij reageerde panisch. Niet uit schaamte, maar vanwege verloren waardigheid en bescherming van de geesten. Het was voor hem bijna even erg als de mislukte pogingen om extra krachten op te doen door de binnenhand van een overleden jager te eten, of betrapt te worden bij het poepen waardoor je al gauw ten dode was opgeschreven.
En dan was er ook het ongerief van de ouderwetse binnenbal. Vroegtijdig vergaan en daarom vervangen door stevig opeengepropte lappen in het uitgedroogde leer van de buitenbal, provisorisch vastgestrikt met vervlochte grassprieten. Bij het stevige partijtje trappen in het wild tegen de vreedzame indringers uit ‘Belanda’ hield de bal het niet lang. De strik raakte los en de opening scheurde uit. Vaardige handen brachten uitkomst. Er moest opnieuw worden gepropt en genaaid. Het stevigste vod dat naar binnen moest worden gewerkt bleek een stuk battledress van een Javaanse infanterist te zijn. De missieleden waren het erover eens dat dit een verklaring kon zijn voor het verbeten raggen van de inlanders tegen het eiïge leder. De vliegstrip in de vallei diende tot speelveld. Dat was wel zo doelmatig, want er kon in het gunstigste geval alleen tussen half twaalf en half één tussen de middag met een Pipertje in- en uitgevlogen worden vanwege de vrijwel permanent aanwezige laaghangende bewolking. Daar werd niet altijd rekening mee gehouden getuige de diverse vliegtuigwrakken tegen de bergwand, waarvan de nog net niet overwoekerde restanten waren te zien bij het opstijgen. Het advies was om bij vliegangst je ogen dicht te doen. Op doortocht ging de missie te rade bij Simon, een al decennia lang in z’n eentje in Bade opererende witte pater. Hij vatte het resultaat van zijn pionierwerk kernachtig samen: “Ze vechten hier nu wat minder.” De stammenstrijd werd vanuit Jakarta aangewakkerd, maar het eeuwige conflict maakte langzaamaan plaats voor het besef dat de worsteling om het marginale bestaan samen met - en niet meer tegen - elkaar moest worden aangegaan. De natuurlijke wanorde van het oerwoud en de culturele erfenis van de overtuiging dat overleving alleen mogelijk is ten koste van naburige stammen vormden een voortdurende bedreiging tegen de opbouw van een harmonieuze samenleving.
De missie heeft haast. In een snelle motorboot wordt in acht uur overzee de afstand overbrugd naar Oransbari in de Vogelkop. Onder begeleiding van een school dolfijnen voor vermaak en ontspanning. Een groep boerenfamilies is in Choclat Ransinki met eigen bescheiden middelen een lucratieve cacaoplantage begonnen. Er was enige begeleiding gekomen. De opbrengstresultaten van de eerste exploitatiejaren waren ver boven verwachting. Het bezoekende expertiseteam deelde de bevindingen van de haalbaarheidsstudie die uitkwam op een opbrengst per struik die zelfs hoger zou kunnen zijn dan die op toplokaties in Ghana. Er moest wel een drieste investeerder worden gevonden, en het transport diende te worden verbeterd. Als de wereld-cacao-markt nu maar niet verder instortte en geldschieters even wilden meewerken. De riskante sociale impact en de verdere ontbinding van de staat Indonesië buiten beschouwing gelaten.‘Om het perspectief van de hoop niet helemaal uit te doven schreef het team euforisch over ‘kernpunt en keerpunt in het laatste lapje ongerept oerwoud dat is beland in een beloftevolle fase van een taai en tijdrovend proces waarin de oorspronkelijke bevolking van voormalig Nederlands Nieuw Guinea begint te leren leven met de onomkeerbare overrompeling van volstrekt wezensvreemde invloeden. Invloeden die dwingen tot aanpassing en ingrijpende veranderingen, teneinde het voor de zo heterogene groep mogelijk te maken met gepaste eigenwaarde verder te kunnen’. Want sloeg niet ‘ze vechten wat minder’ tevens op een opmerkelijk toenemende realiteitszin over de binnenlandspolitieke situatie in de steeds verder aangesnoerde gordel van smaragd? Vechten tegen opgelegde veranderingen die sterker zijn dan jezelf, hielp niet. Die erkenning brak door. Tegelijkertijd wilde de missie zo graag een lotsverbondenheid en verbroedering opmerken tussen de kust-papoea’s en de getransmigreerde arme sloebers uit Java. Waren de uitgestotenen niet mee-opgenomen in een soortgelijke mengelmoes van gelegenheidschristendom, moslimfanatisme, hindoeverdwazing en restanten van animisme, uiteindelijk leidend tot gezamenlijke fatalistische lotsaanvaarding? Een nieuw uitzichtloos begin op de puinhopen van het oude bestaan. Een gezamenlijk geploeter met een even hopeloze toekomst in het verschiet.
De verworvenheden van de elektronica en supermarkten aan de kust waren gemeengoed geworden, waarbij de Irianees eerst toekeek en vervolgens op steeds grotere afstand werd gezet. Hij trok niet opgewassen tegen de wals van de westerse beschaving doodsbenauwd dieper het binnenland in. Voor de popmuziek van de alle natuurlijke rijkdommen rovende Amerikanen en Japanners uit. Een shirtje (made in China) kon er nog wel af, maar het inhalen van de gigantische technologische voorsprong, de keiharde commerciële mentaliteit, de wegwerpmaatschappij en het arbeidsethos van de indringers was onmogelijk. Het ontbrak hem aan een gewaardeerde eigen inbreng van betekenis, geld en toegevoegde geestelijke waarde. Er was niet eens behoefte om en bloc zelfmoord te plegen zoals de doodongelukkige oer-Tasmaniërs destijds deden. Er kon worden gevegeteerd op de afvalbelt in de periferie. De beschaving dringt verder op naar het binnenland, de gemarginaliseerde papoea’s voor zich uit jagend. Smeergelden olieën de misdadige multinationale exploitatie, die grootschalig de evenwichtige habitat verstoort, en de natuurlijke rijkdommen aan hardhout, goud en andere waardevolle hulpbronnen rooft en verkwanselt. Teloorgang van eigen identiteit, eilandjes van natuurlijk milieu, de biodiversiteit en karaktermoord op autonoom bestaan blijken ook hier de sleutelbegrippen voor de verkeerde vooruitgang. Toenemende natuurrampen als gevolg daarvan doen de rest.
‘De positieve rol en de centrale positie van zending en missie in het voormalige Nederland Nieuw Guinea zijn belangrijke factoren voor het toekomstige welzijn van deze Indonesische provincie’ concludeert het missierapport. De kerken zouden een pioniersrol bij het ontsluiten van het terrein vervullen, waarbij ze op grond van humanitaire motieven de bevolking voorzichtig in contact brengen met de ‘moderne tijd’. In het rapport werd ervan gewag gemaakt dat dit in feite een milde culturele confrontatie betekent. Ervan uitgaande dat blijvende afscherming tegen externe invloeden hoe dan ook onmogelijk zal zijn. Deze geleidelijke kennismaking zou in ieder geval minder pijnlijk zijn dan de dodelijke omhelzing van louter op bestuurscontrole gerichte of door multinationals opgelegde maatregelen. ‘De kerken verzorgen begeleiding en vorming van papoea-groepen met kleinschalige activiteiten op allerlei terrein. Hun op charitas doelende medewerkers identificeren zich met de doelgroep. De overheid doet er niets aan; er worden geen mensen en geen geld voor beschikbaar gesteld. De motivatie om in geïsoleerde bush-lokaties te werken ontbreekt bij geprivilegeerde landgenoten’ luidde het voorlopige salomonsoordeel. Vertraging van executie. Dit in overweging nemende kwam het Haagse oriëntatieteam met een massa ideetjes terug. Gesterkt door de wetenschap dat als je bestand bent tegen de verschrikkingen van de grote stad en de ratio van het ambtelijke apparaat, je ook de ontberingen van het tropische regenwoud kunt verdragen. Als het ware opgesloten in een vochtige isoleercel, maar wel ruim voorzien van whisky, geprotegeerd door pillen en voor niet langer dan een afgesproken bezoekperiode.
Het onderzoeksteam kwam na nog een vijftal aanvullende waarnemingen in het zuiden en noorden van Irian Jaya tot de slotsom dat het stimuleren van kleinschalige productie- en handelsaktiviteiten de moeite waard zou zijn, zeker als deze worden aangezwengeld door VN—instellingen en particuliere hulporganisaties. Directe Nederlandse overheidssteun werd ontraden omdat dit teveel politieke risico’s zou uitlokken. Het gelijk van de laatste aanbeveling werd bevestigd toen enige tijd daarna de bilaterale ontwikkelingsrelatie tussen Indonesië en het vroegere moederland abrupt werd verbroken. De hofstedelijke bureaucratie gaf de voorkeur aan de handhaving van de status quo. Volijverige medewerkers van de regionale thuisdirectie slaagden erin twee opeenvolgende verantwoordelijke bewindslieden te bewegen het rapport te bestempelen als voor kennisgeving en niet ter vaststelling. Het werd ‘niet opportuun’ geacht nader op het rapport in te gaan omdat het eerder een notitie zonder een ruimhartig eindoordeel dan een diepgaande evaluatie zou betreffen. Krasser demotivering was niet voorhanden, maar het werkte. De belangstelling voor de zaak van de Papoea’s van de met het koloniale verleden tobbende meerderheid van de Tweede Kamer hoefde niet te worden bevredigd. In de Indonesische pers werd het bezoek tegen beter weten afgedaan als een onderzoeksmissie van de Intergouvernamentele Groep voor Indonesië. De gevestigde particuliere hulporganisaties keken na lezing een andere kant op. Beide minister zeiden zelf poolshoogte te willen nemen van de situatie ter plaatse. Dat kwam er uiteraard niet van. Voorbeeldig om de tuin worden geleid en voor het overige op de hielen gezeten door de woordvoerder die niets te vertellen had zat er in dit geval niet in. Want de dagelijkse werkelijkheid van een achterstandssituatie wordt je als hoogwaardigheidsbekleder op bezoek in een uithoek van een uiterst argwanend land met een zak geld op zak, en respect voor het prestige van de gezagsdragers aan gene zijde, onthouden. Het rapport werd afgelegd in het statisch archief en uiteindelijk na verjaring geconsumeerd door de versnipperaar...’
____
